De zucht van Mus

We kijken, we kijken, we kijken… maar wat zien we? Zien we wat we willen zien, zien we wat we denken te kunnen zien?

Op het moment dat een beeld je zichtveld raakt, slaat het zich ergens in je lichaam op als een herinnering (bewust of onbewust).
En dan; we zien het niet bewust, we accepteren het als ‘normaal’ of als voorspelbaar, of we voelen ons verrast, voelen ons geprikkeld, voelen ons geïrriteerd. Alles is mogelijk.

Als kijkende mens worden we overspoeld met beelden, waarop we al dan niet bewust reageren.
Een schilderij of beeld dat met opzet wordt gemaakt, roept altijd iets op ; onverschilligheid, belangstelling, afschuw, emotie, verlangen, nieuwsgierigheid, bekoring, wrevel… Er is een eindeloze reeks ervaringen te bedenken.
Het mooie daarvan is dat elke ervaring ‘rechtsgeldig ‘ is en niet gecategoriseerd kan worden onder ‘goed’ of ‘fout’. Wat je ziet is tenslotte jouw beeld, dus jouw ervaring.

Mus maakt ook beelden; schilderijen, vormen, verhalen. Ze maakt iets wat er eerst nog niet was.
Met haar ‘maak-honger’, haar verlangen iets uit te drukken, maar er-vaak-geen-woorden-voor hebben, ontstaan de beelden.
In eerste instantie ongecensureerd, met als uitgangspunt, dat het meest ongecensureerde in onszelf tenslotte het meest universele blijkt te zijn. Zo weet de hand van Mus vaak prima de weg, zolang het hoofd zich er niet mee bemoeit.
Maar uiteindelijk is daar ook nog haar esthetisch oog, haar verstand en de daaraan gekoppelde censuur die zich buigt over het definitieve beeld.

‘Ik maak, dus ik besta’, is de zucht van Mus.
Een zucht die verlangt, die zoekt, die hapert, die twijfelt. Een zucht vol drift van geest op zoek naar beeld met zeggingskracht.

oktober 2018